Waarom is de Mona Lisa van het Prado een atelierkopie en geen origineel?

Waarom is de Mona Lisa van het Prado een atelierkopie en geen origineel?

Wie in Madrid het Museum van het Prado bezoekt zal daar verrast opkijken als er daar plots een tweelingzus van Mona Lisa opduikt. In Zaal 052B van het museum is een Mona Lisa te zien die de oudst bewaarde kopie van het portret uit het Louvre genoemd wordt. Uitvoerder zou één van Leonardo’s leerlingen Giacomo Salai of Francesco Melzi geweest zijn. De portretten uit Parijs en Madrid hebben bijna dezelfde afmetingen en zijn met olieverf op hout geschilderd in het begin van de 16de eeuw (zie fig.1)

Fig.1 Mona Lisa na de restauratie (Prado, Madrid)

Gemakshalve wordt de geportretteerde in dit artikel Mona Lisa genoemd. Er wordt hier echter geen antwoord gezocht op de vraag wie deze vrouw is en wie de opdracht gegeven heeft voor het schilderij en waarom (zie andere artikels).

In de museumcatalogus van het Prado wordt de Madrileense Mona Lisa gedateerd tussen 1507 en 1516 en omschreven als een werk uit het atelier van Leonardo. Het werd voor het eerst genoteerd in 1666 in een inventaris van het Real Alcazar in Madrid. Waarschijnlijk is het de Milanese beeldhouwer Pompeo Leoni geweest die het portret ca 1582-90 in handen gekregen heeft toen hij het samen met een aantal manuscripten van Orazio Melzi (de zoon van Francesco) gekocht had. Hij is er mee naar Spanje getrokken waar het na zijn dood (1608) in de koninklijke collectie terecht gekomen is.

Ter gelegenheid van een tentoonstelling werd de Madrileense Mona Lisa in 2011 grondig gerestaureerd en ontdekte men dat er van onder de zwarte achtergrond een heus landschap te voorschijn kwam. Waarom het landschap (rond 1750?) zwart geverfd werd en door wie is niet geweten (1).
Op het portret van het Prado zijn na de reiniging ook haar doorzichtige sluier en haar wenkbrauwen (die in Parijs onder de vernislagen zaten?) goed zichtbaar geworden (2). Haar gelaatstrekken zijn duidelijker afgelijnd en ook de kleuren zijn helderder en frisser (zie fig.2)

Fig.2 Mona Lisa (Madrid) en Mona Lisa (Louvre)

Bij een onderzoek met infraroodreflectografie in 2012 werden er ondertekeningen ontdekt die er op wijzen dat er ook op het portret uit Madrid veranderingen aangebracht werden die bovendien exact overeenkwamen met de aanpassingen van het schilderij uit het Louvre.
Er zijn slechts enkele kleine verschillen te merken. Zo wijkt het landschap lichtjes af van de Parijse versie. Het is realistischer en duidelijker afgelijnd (zie art. Heeft Leonardo de Mona Lisa geportretteerd aan de boorden van het Comomeer?). Op het paneel van het Prado zijn de zuilen, die in Isleworth zeer duidelijk aanwezig zijn, nog nauwelijks te bemerken terwijl op het portret van het Louvre enkel een aanzet voor de zuilen te zien is.

De Mona Lisa van het Prado oogt blijkbaar ook jonger (28/29 jaar?) dan haar evenbeeld op het portret van het Louvre, die een eind in de 30 is. Het zou kunnen dat dit een gevolg is van de grondige restauratie en de reiniging van het schilderij, maar de Prado-Mona Lisa zou ook een intermediaire fase in de ontwikkeling van het portret kunnen zijn en geen kopie van het eindresultaat uit het Louvre (3).
Deze hypothese kan echter pas met meer zekerheid worden onderbouwd wanneer een nauwkeuriger datering van de verschillende versies beschikbaar is.

De redenering is altijd geweest dat de Mona Lisa uit het Louvre het “oertype” was, dat Leonardo eigenhandig gemaakt heeft en dat dan later door zijn leerlingen of navolgers gekopieerd is geworden. Maar men is er meer en meer van overtuigd geraakt dat de Mona Lisa’s van Parijs, Isleworth en Madrid, waaraan parallel gewerkt werd, gelijktijdig in Leonardo’s studio van Firenze gestaan hebben (zie art. Kan het portret van Isleworth als een eerdere versie van Leonardo’s Mona Lisa beschouwd worden?).

De werking van dat atelier wordt beschreven in de brieven van fra Pietro di Novellara aan Isabella d’Este van april 1501. Daarin staat te lezen dat hij had gezien hoe 2 leerlingen (die niet genoemd worden) in het atelier van Leonardo een werk aan het kopiëren waren, terwijl de meester zelf niet aanwezig was.
Onderwerp, compositie en kleurenpalet werden bepaald door de meester en de veranderingen en toevoegingen (kledij, achtergrond, landschap) werden gezamenlijk en gelijktijdig aangebracht.
Zeer waarschijnlijk zal hij ook zelf af en toe een persoonlijke toets aangebracht hebben op het werk van zijn leerlingen, wat de lijn tussen kopie en origineel zeer dun maakt (4). Toch wordt de Mona Lisa van het Prado steevast als een kopie beschouwd, met dien verstande dat het geen gewone maar een “atelierkopie” genoemd wordt (5).

Als men denkt dat Francesco Melzi de auteur van de “Spaanse” Mona Lisa is, dan kan het portret pas geschilderd zijn na 1508, toen hij in Firenze in het atelier van Leonardo (dat in de buurt van de Badia gelegen was) verschenen is. Als het Salai zou geweest zijn, kan die er al vroeger aan begonnen zijn, vermits hij al van in 1490 (als 10-jarige knaap) in het atelier van da Vinci werkzaam was. Omwille van de grotere techniciteit wordt de naam van Melzi het meest genoemd.

De herontdekking en de restauratie van de Mona Lisa van het Prado is van groot belang geweest om de manier van werken in het atelier van Leonardo te belichten en om sommige details die op de Parijse versie vervaagd waren, te verduidelijken.
De discussie omtrent de ontstaansgeschiedenis van haar portret werd nieuw leven ingeblazen, maar vele vragen blijven toch nog steeds onbeantwoord. Aan de identiteit van de geportretteerde dame wordt in andere artikels aandacht besteed.

 

(1)    Wellicht vond men toen dat een zwarte achtergrond beter paste bij een portret.
(2)    Vasari geeft een gedetailleerde weergave van haar gezicht (wimpers, wenkbrauwen, mond) zodat sommige auteurs denken dat hij niet de Mona Lisa uit Parijs maar één van de 2 andere exemplaren (Isleworth of Madrid) beschreven heeft.
(3)    In de officiële online catalogus van het museum staat vermeld dat de Prado-versie waarschijnlijk een tussenstadium in de ontwikkeling van de creatie van de Louvre-Mona Lisa is.
(4)    Als men op zoek gaat naar werken die volledig van Leonardo’s hand zijn, blijven eigenlijk maar een handvol schilderijen over, met Ginevra de' Benci (National Art Gallery Washington) als het werk waarover de grootste consensus bestaat. De Annunciatie (Uffizi Firenze) en de Madonna met de anjer (Alte Pinakothek München) worden meestal ook als eigenhandig beschouwd, maar daar bestaat al iets meer discussie over kleine atelierbijdragen.
(5)    Voor Martin Kemp is het gebrek aan sfumato op de Prado-versie het bewijs dat het geen origineel is. Er zijn in de wereld momenteel nog  een 60-tal kopieën (nabootsingen).  De meeste zijn op doek
geschilderd en zijn van mindere kwaliteit.

JVL

Why is the Mona Lisa of the Prado a studio copy and not an original?

Anyone who visits the Museum of the Prado in Madrid will be surprised when a twin sister of Mona Lisa suddenly  appears. In Room 052B of the museum there is a Mona Lisa on display that is known as the oldest surviving copy of the portrait from the Louvre. The artist is said to have been one of Leonardo's pupils Giacomo Salai or Francesco Melzi. The portraits from Paris and Madrid have almost the same dimensions and are oil-paintings on wood, dating from the beginning of the 16th century (see fig.1)

For convenience, the person portrayed in this article is called Mona Lisa. The identity of the sitter and the commissioner are not questioned here (see other articles).

In the Prado's museum catalogue, the Madrid Mona Lisa is  dated between 1507 and 1516 and described as a work from Leonardo's studio. It was first noted in 1666 in an inventory of the Real Alcazar in Madrid. It was probably the Milanese sculptor Pompeo Leoni who came into possession of the portrait around 1582-90 when he bought it together with a number of manuscripts from Orazio Melzi (Francesco's son). He took it with him to Spain where it ended up in the royal collection after his death (1608).

On the occasion of an exhibition, the Mona Lisa from Madrid was thoroughly restored in 2011 and a real landscape emerged from under the black background. Why it was painted black (around 1750?) and by whom is not known (1).
After the cleaning, Mona Lisa’s transparent veil and her eyebrows (which were covered by layers of varnish in Paris?) were perfectly visible (2). Her facial features are more clearly defined and the colours are brighter and fresher (see fig.2). 

During research with infrared reflectography in 2012, underdrawings were discovered that indicate that changes were also made to the Prado-portrait. They corresponded exactly to the adaptations of the painting from the Louvre.
There are only a few small differences. For example, the landscape differs slightly from the Parisian version. It is more realistic and less hazy (see art. Did Leonardo portray the Mona Lisa on the shores of Lake Como?).
On the panel of the Prado the columns, which are very prominent on the Isleworth-Lisa, are barely noticeable, while on the portrait of the Louvre only the small bases of the pedestals  can be seen. 

The Prado-Lisa apparently looks younger (28/29 years?) than her counterpart in the portrait of the Louvre who is probably in her late-30s. It could be that this is due to the thorough restoration and cleaning of the painting, but the Mona Lisa form the Prado could also be an intermediate phase in the development of the portrait and not a copy of the final result in the Louvre (3).
However, this hypothesis can only be substantiated with more certainty when a more accurate dating of the different versions is available.

The idea has always been that the Mona Lisa from the Louvre was Leonardo’s "archetype" that was later copied by his pupils or followers. But there is a growing conviction that the Mona Lisa's of Paris, Isleworth and Madrid, which the pupils were working on simultaneously alongside Leonardo, stood next to each other in his studio in Florence (see art. Can the Isleworth portrait be considered an earlier version of Leonardo’s Mona Lisa?).

The functioning of this workshop is described in the letters of fra Pietro di Novellara to Isabella d'Este in April 1501. He confirms that he had seen how 2 pupils (who are not named) were copying a work in Leonardo's studio, while the master himself was not present.
Subject, composition and colour scheme were determined by the master and the changes and additions (clothing, background, landscape) were completed jointly and simultaneously.
It is very likely that Leonardo himself will have occasionally applied a personal touch to the work of his pupils, which makes then the line between copy and original very thin  (4). Nevertheless, the Mona Lisa of the Prado is always referred to as a copy, keeping in mind that it is not an ordinary but a “studio copy” (5).  

If Francesco Melzi is thought to be the author of the "Spanish" Mona Lisa, then the portrait could only have been painted after 1508, when he appeared in Florence's studio (which was located near the Badia). If it would have been Salai, he may have started it earlier, given that he was present in da Vinci's studio since 1490 (as a 10-year-old boy). Because of the greater technicality, Melzi's name is mentioned the most.

The rediscovery and restoration of the Prado-copy has been of great importance in highlighting the way of working in Leonardo's studio and in clarifying some details that had faded on the Parisian version.
The discussion about the creation process of Mona Lisa’s portrait was revived, but many questions still remain unanswered. The identity of the portrayed lady is discussed in other articles.

 

(1)    Perhaps people thought that a black background was better suited to a portrait.
(2)    Vasari gives a detailed account of the sitters face (eyelashes, eyebrows, mouth...), so that some authors think that he did not describe the Mona Lisa from Paris but one of the other 2 versions (Isleworth or Madrid).
(3)    The museum's official online catalogue states that “Overall, the panel seems to reflect an intermediate stage in the creation of the Louvre painting.”
(4)    If one starts looking for works entirely and only painted by Leonardo, only a handful of paintings remain, with Ginevra de' Benci (National Art Gallery Washington) as the work on which there is the greatest consensus. The Annunciation (Uffizi Florence) and the Madonna with the Carnation (Alte Pinakothek München) are also usually considered to be by his hand, but there is already a little more discussion about small studio contributions.
(5)    For Martin Kemp, the lack of sfumato on the Prado painting is proof that it is not an original.
There are currently about 60 copies (imitations) in the world.  Most of them are painted on canvas and are of inferior quality

 

Literatuur:

Bailey, M.                     Earliest copy of Mona Lisa found in Prado. In: The Art Newspaper, febr.2012.
Gonzalez Mozo, A. e.a. Leonardo y la copia de Mona Lisa (Museo del Prado, 2022).
Hatfield, R.                   The Three Mona Lisas.  Milaan, 2014.             
Kemp,M & Pallanti,G.   Mona Lisa. The People and the Painting.  Oxford, 2017.
Magnani, R.                 La vera storia della Signora di Lombarda.  In; Arte, sept. 2019.
Shell, J & Sironi, G.      Salai and Leonardo’s Legacy.
                                   In: The Burlington Magazine, vol.133, nr.1068 (1991).
Van Laerhoven, J.         zie art. Bronnen die “bewijzen” dat Lisa del Giocondo Leonardo’s Mona Lisa
                                                   was.
                                       zie art. Heeft Leonardo de Mona Lisa geportretteerd aan de boorden van het
                                                   Comomeer?
zie art. Is Leonardo’s Mona Lisa uit het Louvre nog steeds de enige echte?
                                   zie art. Kan het portret van Isleworth als een eerdere versie van de
                                                   Mona Lisa van Leonardo beschouwd worden?
                                       zie art. Wie is de Mona Lisa van Leonardo?   

Mona Lisa - Colección - Museo Nacional del Prado      
The Prado's Mona Lisa, the oldest replica of the Gioconda