In welke mate heeft Leonardo's verlamde rechterhand zijn artistiek oeuvre beïnvloed?
In welke mate heeft Leonardo’s verlamde rechterhand zijn artistiek oeuvre beïnvloed?
Van Leonardo da Vinci wordt verteld dat hij, toen hij al in de 60 was, geplaagd werd door een verlamming in zijn rechterhand, die hem het schilderen onmogelijk gemaakt heeft. Dat staat te lezen in het dagboek van Antonio de Beatis da Molfetta, de secretaris van kardinaal Luigi van Aragon. Hij schrijft in oktober 1517 na een ontmoeting met Leonardo dat die
“…door een zekere verlamming aan zijn rechterhand getroffen is en men niet kan verwachten dat hij nog iets goeds zal voortbrengen. Hij heeft echter een bekwame Milanese leerling opgeleid..” (1).
Die verlamming moet dus vóór oktober 1517 gebeurd zijn, waarschijnlijk in 1516 of 1515. Dat betekende echter niet dat hij niet meer kon schrijven en tekenen want dat deed hij met zijn linkerhand. Gewoonlijk wordt als oorzaak voor die verlamming een beroerte naar voor geschoven (een theorie die o.a. onderschreven wordt door prof. Angelo Argenteri). Maar vermits hij geen motorische beperkingen of cognitieve achteruitgang vertoonde (en nog goed kon spreken getuigt De Beatis) was het geen beroerte (concluderen Davide Lazzeri, plastisch chirurg en Carlo Rossi neuroloog), maar een acute post-traumatische ulnaire neuropathie, d.w.z. een beschadiging van de zenuw van de ellenboog ten gevolge van een val of een klap met krachtsverlies in de hand als resultaat. Daardoor kon hij niet meer schilderen (colorare noemt de Beatis het) omdat hij zijn palet en zijn kwasten niet meer kon vasthouden.
Dat wil dus ook zeggen dat hij toen zelf geen schilderijen meer heeft kunnen maken of afwerken en dat zijn leerlingen Salai en Melzi dat voor hem deden. Dat betekent echter ook dat als de Mona Lisa (en andere werken) pas afgewerkt zijn in 1517, zoals soms beweerd wordt, dat dus in hoofdzaak gebeurd moet zijn door zijn leerling(en).
Fig.1 Portret van Leonardo (G. Figino, Gallerie dell’ Accademia, Venezia)
Het bewijs voor zijn handicap is een tekening (in rood krijt) uit de Gallerie dell’Accademia van Venetië van de hand van Giovanni Ambrogio Figino (1553-1608). Het is een portret van Leonardo (zijn naam staat vermeld op achterkant) die zijn rechterarm in een ondersteunend verband draagt (2). De hand op de tekening vertoont geen gebalde vuist maar eerder een klauw en dat zou er volgens Lazzeri en Rossi op wijzen dat er geen sprake was van een beroerte, maar van een geknelde zenuw.
Leonardo was echter wel nog in staat om tekeningen te maken zoals de reeks over De Zondvloed uit de Royal Collection van Windsor.
Figino’s tekening is een postuum portret uit ca. 1590 (70 jaar na Leonardo’s overlijden) dat zou gemaakt zijn “ da un marmo” (naar een marmeren beeld of buste?) met een afbeelding van Leonardo (zie fig.1)
Of Leonardo die verlamming gekregen heeft vóór of na zijn aankomst in Frankrijk en wat de directe oorzaak was (een val?) is niet met zekerheid geweten. Toen hij in de zomer van 1515 nog in Rome verbleef schreef Leonardo aan Giuliano de’ Medici, die ook ernstig ziek geweest was (3), dat hij zich slecht gevoeld had maar dat er verbetering in zicht was “..sono all’ultimo di mio male…”. Men zou daar dan eventueel kunnen uit afleiden dat hij na zijn verlamming naar Amboise getrokken is. Of koning Frans I, die hem uitgenodigd had, daar dan van op de hoogte was is niet bekend.
Fig.2 De dood van Leonardo (J.Ingres, Louvre)
Het overlijden van zijn mecenas Giuliano zal ongetwijfeld ook wel een rol gespeeld hebben bij zijn keuze om naar Frankrijk te vertrekken, maar misschien zag hij zich ook niet meer in staat om in Italië te wedijveren met zijn grote concurrenten van dat moment, Michelangelo en Rafael. Blijkbaar zou Leonardo beslist hebben om in te gaan op het verzoek van Frans I toen paus Leo X niet aan hem, maar aan Michelangelo de opdracht gegeven had om de façade van de San Lorenzo in Firenze af te werken. Hij is vertrokken naar Amboise in september 1516, waar hij een huis met een atelier ter beschikking kreeg in Clos-Lucé.
Dat hij daar op 2 mei 1519 dan toch aan een beroerte is gestorven is niet onmogelijk, maar kan ook niet met zekerheid bevestigd worden. Vasari schreef dat
“…Leonardo een acute aanval kreeg, die een voorbode van de dood was….”.
De meester was in het gezelschap van zijn leerlingen en dat Frans I aan zijn sterfbed gestaan heeft is zeer waarschijnlijk een fantasierijk gegeven dat Vasari aan zijn Vita di Leonardo heeft toegevoegd en dat Jean-Auguste-Dominique Ingres in 1818 op doek gezet heeft (zie fig.2).
Ter afronding kan vermeld worden dat de verlamming, die hem pas op het einde van zijn leven getroffen heeft, dus weinig impact gehad heeft op zijn artistieke productie en dat het onvoltooid laten van zijn werken een gewoonte was, die hem al typeerde van in zijn vroegere jaren.
(1) Dat moet dan Gian Giacomo Caprotti “Salai” of Francesco Melzi geweest zijn.
(2) Figino (1533-1608) was een Milanese renaissance schilder en had een grote bewondering voor de school van Leonardo die op het einde van het Cinquecento terug in de belangstelling was komen te staan.
(3) Giuliano leed toen al aan tuberculose en is op 17 maart 1516 overleden
JVL
To what extent did Leonardo's paralyzed right hand influence his artistic oeuvre?
It is said of Leonardo da Vinci that, when he was already in his 60s, he was plagued by a paralysis in his right hand, which made it impossible for him to paint. This can be read in the diary of Antonio de Beatis da Molfetta, the secretary of Cardinal Luigi of Aragon. In October 1517, after a meeting with Leonardo, he writes that the artist
"... is stricken with a certain paralysis in his right hand and one cannot expect him to produce anything good. However, he has trained a competent Milanese apprentice." (1).
This paralysis must therefore have happened before October 1517, probably in 1516 or 1515. However, that did not mean that he could no longer write and draw, because he did so with his left hand. Usually a stroke is put forward as the cause for this paralysis (a theory endorsed by Prof. Angelo Argenteri, among others). But since he showed no motor limitations or cognitive decline (and could still speak well as testifies de Beatis), he was not the victim of a stroke (conclude Davide Lazzeri, plastic surgeon and Carlo Rossi neurologist), but affected by an acute post-traumatic ulnar neuropathy, i.e. damage to the nerve of the elbow as the consequence of a fall or a blow resulting in loss of strength in the hand.
So he could no longer paint (de Beatis calls it colorare) because he could no longer hold palettes and brushes in his right hand. That also meant that he was no longer able to make or finish paintings himself and that his pupils Salai and Melzi had to do that for him. If the Mona Lisa (and other works) were only completed in 1517, as is sometimes claimed, that must have been mainly done by his pupil(s).
The proof of his disability is Giovanni Ambrogio Figino’s drawing (in red chalk) from the Gallerie dell'Accademia in Venice. It is a portrait of Leonardo (his name is mentioned on the back) with his right arm in a supporting bandage (2). The hand in the drawing does not show a clenched fist but rather a claw, which, according to Lazzeri and Rossi, would indicate that it was not a stroke, but a pinched nerve that caused the problem. However, Leonardo was still able to make drawings such as the series of The Flood in the Royal Collection of Windsor.
Figino's drawing is a posthumous portrait made in 1590 after a marble statue or bust ("da un marmo") of Leonardo (see fig.1).
Whether Leonardo got that paralysis before or after his arrival in France and what the direct cause was (a fall?) is not known with certainty. While still in Rome in the summer of 1515, Leonardo wrote to Giuliano de' Medici, who had also been seriously ill (3), that he had felt bad but that improvement was in sight “…sono all'ultimo di mio male...". One could possibly deduce from this that he went to Amboise after his paralysis. It is not known whether King Francis I, who had invited him, was aware of this.
The death of his patron Giuliano will undoubtedly have played a role in his departure for France, but perhaps he no longer saw himself able to compete in Italy with his great rivals of the time, Michelangelo and Raphael. Apparently, Leonardo decided to accede to Francis I's request when Pope Leo X had commissioned Michelangelo, not him, to finish the façade of the San Lorenzo in Florence. He left for Amboise in September 1516, where he lived in a house with a workshop in Clos-Lucé.
That he died there on May 2, 1519 of a stroke is not impossible, but cannot be confirmed with certainty either. Vasari wrote that
"... Leonardo had an acute attack, which was a harbinger of death....".
The master was in the company of his pupils and the fact that Francis I stood at his deathbed is most likely a fantasy that Vasari added to his Vita di Leonardo and which Jean-Auguste-Dominique Ingres put on canvas in 1818 (see fig.2).
In conclusion, it can be mentioned that the paralysis, which only affected him at the end of his life, had little impact on his art production and that leaving his works unfinished was a habit that defined him already from his earlier years.
(1) That must then have been Gian Giacomo Caprotti “Salai” or Francesco Melzi.
(2) Figino (1533-1608) was a Milanese Renaissance painter with a great admiration for Leonardo’s work which had come back into the spotlight at the end of the Cinquecento.
(3) Giuliano was already suffering from tuberculosis at the time and died on March 17, 1516.
Literatuur:
Argenteri, A. Opening Address. The Death of Leonardo da Vinci Proceedings of the
Lancisian Academy, vol.69, nr 1, 2025.
Lazzeri, D & Rossi, C. The right hand palsy of Leonardo de Vinci (1452-1519)
In: Journal of the Royal Society of Medicine, vol.112, nr.3, 2019.
Van Laerhoven, J. zie art. Welke bronnen “bewijzen” dat Lisa del Giocondo Leonardo’s
Mona Lisa was.
Vasari, G. Le Vite de' Più Eccellenti Pittori, Scultori, e Architettori da
Cimabue insino a' Tempi Nostri. Firenze, 1550.