Toen Jan van der Straat uit Brugge Giovanni Stradano van Firenze werd.

Toen Jan van der Straat uit Brugge Giovanni Stradano van Firenze werd.



Terwijl in de 15de eeuw de Vlaamse kunstenaars die naar Firenze gekomen waren daar nog il Tedesco of il Fiammingo genoemd werden, begon men in de 16de eeuw hun namen te italianiseren of kozen ze zelf een Italiaanse of Latijnse versie. Pieter de Witte werd Pietro Candido, Laurens van den Bleeck werd Lorenzo Torrentino, Gillis van den Vliete werd Egidio della Riviera en Johannes (Jan of Hans) van der Straat werd Giovanni della Strada, Stratensis of Stradano.
Johannes van der Straat (Straet of van der Straten) werd in 1523 geboren in Brugge en tijdens zijn jeugdjaren vertrouwd gemaakt met de schilderkunst door zijn vader. In 1537 stuurde die hem naar Antwerpen waar hij terecht kwam in het atelier van Pieter Aertssen en 8 jaar later werd hij er meester van de plaatselijke Sint-Lucasgilde. Zoals menig ander kunstenaar uit de Lage Landen wilde Johannes zich gaan vervolmaken in Italië en waarschijnlijk is hij al in 1547 naar Venetië vertrokken, waar hij Jan Rost ontmoet heeft, de Vlaamse tapijtwever die de leiding had van de Florentijnse Arrazeria Medicea. Rost kon van der Straat overtuigen om mee naar Firenze te komen en zich in dienst te stellen van hertog Cosimo I die het talent van Vlaamse kunstenaars ten zeerste op prijs wist te stellen.
Toen hij nog maar pas in Firenze was is Johannes in 1550 naar Rome gereisd om er, waarschijnlijk op uitnodiging van de Florentijnse kunstenaar Francesco Salviati, mee te gaan werken aan de fresco’s in het Belvedere van het Vaticaan.

Fig.1 Laboratorio dell’ alchimista (Stradano, Studiolo, Palazzo Vecchio).

Na zijn terugkeer is hij,  vooral als ontwerper van tapijtkartons, in contact gekomen met Giorgio Vasari, de artistieke leider van het kunstgebeuren in Firenze, die hem al in 1553 had opgenomen in zijn team dat het Palazzo Vecchio een opknapbeurt moest geven. Dat team bestond uit een 20-tal kunstenaars, schilders, beeldhouwers, stucwerkers en timmerlui met namen als Marco da Faenza, Jacopo Ligozzi, Elia Candido, Giambologna, Battista Botticelli, Bernardo di Monna Mattea, Battista del Tasso, Stefano Veltroni en Cristofano Gherardi. Toen laatstgenoemde overleed in 1556 volgde Johannes (die toen al Giovanni Stradano was) hem op als 1ste assistent van Vasari.
In het Palazzo Vecchio heeft Giovanni meegewerkt aan de majestueuze fresco’s in de Zaal der 500 met de overwinningen van de Florentijnen op de Pisanen en de Sienezen en de Florentijnse veroveringen op de plafondcaissons. Hij was ook de auteur van een paneeltje in de Studiolo, het kabinet van Cosimo’s zoon Francesco, met het Laboratorium van de Alchimist.  De alchimist gelijkt zeer sterk op Francesco die zelf een laboratorium had in het Palazzo Pitti.  Giovanni (Johanes Stratensis) heeft het paneel onderaan gedateerd (1570) en gesigneerd (zie fig.1).

Fig.3 Vasari & Stradano (Triomfo dopo la guerra di Siena)

Ook in de aanpalende zalen van de Zaal der 500 en in de appartementen van hertogin Eleonora van Toledo heeft Stradano meegewerkt aan de decoratie. In de Zalen van Cosimo il Vecchio, Lorenzo il Magnifico, Giovanni dalle Bande Nere, Cosimo I, Leo X en Clemens VII zijn fresco’s met portretten te zien van de Medici-potentaten uit de 15de en 16de eeuw. In de Zaal van Clemens VII is ook zijn bekend fresco met de Belegering van Firenze in 1530 bewaard gebleven.
In de Zalen van Gualdrada, Penelope, Esther en de Sabijnse Maagden  zijn er taferelen te bewonderen die verwijzen naar voorbeeldige vrouwen uit de Oudheid. In de eerst genoemde zaal heeft Stradano ook een reeks van stadsgezichten geschilderd die een perfect beeld schetsen van het 16dse-eeuwse Firenze (zie fig.2).
Op het plafond van de Zaal der 500 staan onderaan op het paneel met de Triomf na de inname van Siena teamleider Giorgio Vasari en zijn medewerkers geposteerd. Naast Vasari (die een plan in de hand houdt) is uiteraard ook Stradano aanwezig. Hij heeft zichzelf afgebeeld (rechts achter Vasari) en kijkt de toeschouwer aan. De panelen zijn gerealiseerd tussen 1563 en 1565 en Giovanni moet dan ongeveer 40 jaar geweest zijn (zie fig.3). In 1563 werd hij opgenomen in de Accademia del Disegno.

Fig.4 Purificazione del Tempio (Santo Spirito)

In een aantal Florentijnse kerken, die Vasari in opdracht van Cosimo I liet renoveren, hebben er verscheidene schilderijen van Stradano een plaats gekregen hebben op de altaren. Tussen 1569 en 1572 heeft hij een Kruisiging (voor de Santissimi Annunziata), een Hemelvaart (voor Santa Croce), de Doop van Jezus (voor Santa Maria Novella) en de Verjaging van de kooplui uit de tempel (voor Santo Spirito) gemaakt.
Stradano toont zich een zeer bekwaam colorist en een prominente vertegenwoordiger van het maniërisme dat in Firenze in het Cinquecento tot bloei gekomen was. Volledig in de traditie van Vasari geeft Stradano (in de geest van de Contrareformatie) voorrang aan het religieuze thema en maakt hij er een dynamisch schouwspel van met zwevende en wriemelende figuren die reeds lichtjes getormenteerd zijn en de barok aankondigen (zie fig.4).
Maar Giovanni bleef ook nog altijd tekenaar van kartons voor wandtapijten. In 1557 had hij reeds van Cosimo I de opdracht gekregen om een reeks tapijten te ontwerpen met mythologische en bijbelse onderwerpen voor het Palazzo Vecchio. Tussen 1562 en 1565 tekende hij de kartons voor de tapijten die de kwartieren van hertogin Eleonora moesten opfleuren. Het volgende jaar vroeg de hertog hem om 28 tapijten te ontwerpen met Jachttaferelen die bestemd waren voor de Medici-villa van Poggio a Caiano. Tot de meest bekende behoort de scène met de Jacht op het everzwijn (zie fig.5).

Al deze tapisserieën werden tussen 1566 en 1577 geweven in de Italiaanse arazzerie van Giovanni Sconditi en Benedetto Squilli. Na het vertrek van Rost en Karcher waren hun ateliers leidinggevend geworden in Firenze en Stradano was ondertussen Agnolo Bronzino opgevolgd als officiële kartontekenaar voor de Arazzeria Medicea. 
In 1571 werd hij nog belast met de taak om ontwerpen te maken voor tapijten die de zalen van de Medici in het Palazzo Vecchio moesten decoreren, waar hij al eerder scènes uit hun leven had gepenseeld, maar met het overlijden van hertog Cosimo en Vasari in 1574 kwam er een einde aan de opdrachten.

Twee jaar later ging Stradano dan naar Napels op vraag van de Vicekoning Don Juan de Austria. Toen die door zijn halfbroer koning Filips II van Spanje in 1576 tot landvoogd van de Nederlanden werd benoemd en naar Antwerpen vertrok is Stradano (volgens zijn biograaf Raffaello Borgini) met hem mee gegaan. In 1578 verbleef hij nog steeds in de stad aan de Schelde. Daar heeft hij kennis gemaakt met de plaatselijke graveursfamilies Galle, Wierix en Collaert, die zeer veel van zijn schilderijen, fresco’s en tekeningen in gravures hebben omgezet.  Zijn prenten (men schat het totale aantal op 560) vertonen een grote variatie, gaande van religieuze tot profane en wetenschappelijke onderwerpen en worden bewaard in de grote musea van de wereld.

Fig.6 Titelblad Nova Reperta (Museum Plantijn-Moretus, Antwerpen).

In 1581/83 was Stradano opnieuw in Firenze waar hij voor de familie de’ Pazzi de fresco’s in de kapel van hun Villa al Parugiano in Montemurlo mocht schilderen. Hij heeft ook gewerkt voor Alessandro di Ottaviano de’ Medici, de aartsbisschop van Firenze (en latere paus Leo XI) in de kapel van het Palazzo della Gherardesca in de Borgo Pinti.

Na zijn terugkeer in Firenze is hij nooit meer bedrijvig geweest in de Arazzeria Medicea, waar hij meer dan 15 jaar voor gewerkt had. Hij was daar als hoofdcartoonist opgevolgd door Alessandro Allori (de neef van Agnolo Bronzino).

Giovanni Stradano was tijdens zijn laatste levensjaren minder een uitvoerend kunstenaar, maar eerder een conceptueel ontwerper geworden. Hij hield zich nu vooral bezig met het laten omzetten van zijn kartons en schilderwerk in gravures. Zeer bekend zijn ook de tekeningen met de Nova Reperta (de uitvindingen en ontdekkingen van de 16de eeuw) en de reeks over de ontdekking van Amerika (Americae Retectio) uit 1590/91 waarvan er exemplaren te bezichtigen zijn in het Antwerpse Museum Plantijn-Moretus (zie art. over Vespucci).  Op het titelblad van de Reperta staat onderaan vermeld dat Jan Collaert II, naar het ontwerp van Stradano, de gravure gemaakt heeft, die werd uitgegeven door Philippe Galle in 1591 en opgedragen was aan de Florentijnse humanist Luigi Alamanni (zie fig.6).

Giovanni Stradano is als geboren Vlaming ook terug te vinden in de ledenlijst van de Confraternita di Santa Barbara en het is dus vrij logisch dat hij na zijn overlijden bijgezet is in de kapel van de broederschap in de kerk van de Annunziaten.
Op de zuil tussen de Cappella di Santa Barbara en de Cappella del Sacramento is een buste van Stradano aangebracht die in 1606 gebeeldhouwd werd naar een tekening van zijn zoon Scipione. Giovanni was tussen 1550 en 1555 in Firenze getrouwd met Lucrezia di Lorenzo Guardieri, die hem een zoon Scipione en een dochter Lucrezia heeft geschonken. Scipione werd een kunstenaar zoals zijn vader en Lucrezia trad in het klooster van Sant’Agata.

Rondom de buste en op de plaquette staat vermeld dat hier de schilder Johannes Stradanus, uit Brugge in Vlaanderen begraven ligt en dat hij op 82-jarige leeftijd op 2 november 1605 overleden is (zie fig.7).
Uit de tekst van het opschrift blijkt dat hij, hoewel hij zich toch al een echte Florentijn voelde, niettemin fier was op zijn Vlaamse afkomst. Hij hield ook nog contact met Vlaanderen, meer bepaald met zijn zuster Martha en haar man Johannes Merula, die samen met zijn eigen kinderen en Gianbattista, de zoon van Jan Rost (de man die hem in Firenze geïntroduceerd had), in zijn testamenten vermeld werden. Stradano was een bemiddeld man geworden; nadat hij eerst in een huis op de hoek van de Borgo Pinti en de Via della Colonna gewoond had, kocht hij zich een residentiële woning in de Via Salvestrina (nu de Via Capponi) en een buitenverblijf in Careggi. Hij deed regelmatig schenkingen aan kloosters en aan liefdadigheidsinstellingen. Zijn echte nalatenschap is echter zijn omvangrijk picturaal werk dat hem samen met andere maniëristen zoals Vasari, Bronzino, Allori en Salviati tot één van de grote Florentijnse kunstenaars uit het Cinquecento maakt

JVL

When Jan van der Straat from Bruges became Giovanni Stradano of Florence.

While in the 15th century the Flemish artists who had come to Florence were still knicknamed il Tedesco or il Fiammingo, they began to Italianize their original names or chose an Italian or Latin version in the 16th century. Pieter de Witte became Pietro Candido, Laurens van den Bleeck became Lorenzo Torrentino, Gillis van den Vliete became Egidio della Riviera and Johannes (Jan or Hans) van der Straat became Giovanni della Strada, Stratensis or Stradano.
Johannes van der Straat (Straet or van der Straten) was born in Bruges in 1523 and was trained as a painter by his father from an early age. In 1537 he was sent to Antwerp where he ended up in the studio of Pieter Aertssen and 8 years later he became master of the local Guild of Saint Luke. Like many other artists from the Low Countries, Johannes wanted to refine his skills in Italy and he probably left for Venice as early as 1547, where he met Jan Rost, the Flemish tapestry weaver who was in charge of the Florentine Arrazeria Medicea. Rost was able to convince van der Straat to accompany him to Florence where he put himself at the service of Duke Cosimo I, a great admirer of Flemish artists.

Shortly after his arrival in Florence, Johannes travelled on to Rome in 1550 where he painted a number of frescoes in the Vatican's Belvedere, probably at the invitation of the Florentine artist Francesco Salviati. After his return, he became acquainted with Giorgio Vasari, the director of the art scene in Florence, who had already included him in 1553 in his team to refurbish the Palazzo Vecchio. That team consisted of about 20 artists, painters, sculptors, stucco workers and carpenters with names such as Marco da Faenza, Jacopo Ligozzi, Elia Candido, Giambologna, Battista Botticelli, Bernardo di Monna Mattea, Battista del Tasso, Stefano Veltroni and Cristofano Gherardi. When the latter died in 1556, Johannes (who was already Giovanni Stradano at the time) succeeded him as Vasari's 1st assistant.
In the Palazzo Vecchio, Giovanni worked on the majestic frescoes in the Hall of 500 depicting the victories of the Florentines over the Pisans and the Sienese and the Florentine conquests on the ceiling caissons. He was also the author of a small panel in the Studiolo, the cabinet of Cosimo's son (and successor) Francesco, with the Alchemist's Laboratory.  The alchemist has the looks of Francesco who had his own laboratory in the Palazzo Pitti.  Giovanni (Johanes Stratensis) dated the panel at the bottom (1570) and signed it (see fig.1).

Fig.2. Mercato Vecchio (Sala Gualdrada)

Stradano also contributed to the decoration in the adjacent rooms of the Hall of the 500 and in the apartments of Duchess Eleanor of Toledo. In the Rooms of Cosimo il Vecchio, Lorenzo il Magnifico, Giovanni dalle Bande Nere, Cosimo I, Leo X and Clement VII, can be seen frescoes with portraits of the Medici potentates from the 15th and 16th centuries. In the Room of Clement VII is preserved his well-known fresco with the Siege of Florence in 1530.
In the Rooms of Gualdrada, Penelope, Esther and the Sabine Virgins, the visitor can admire his fresco’s referring to the lives of exemplary women from antiquity. In the first room, Stradano also painted a series of cityscapes illustrating life in 16th-century Florence (see fig.2).
At the bottom of the panel with the Triumph after the capture of Siena, on the ceiling of the Hall of the 500, team leader Giorgio Vasari and his collaborators make their appearance. Stradano is standing right behind Vasari (holding a plan) and looking at the viewer. The ceiling was decorated between 1563 and 1565 and Giovanni must have been about 40 years old at that time (see fig.3). In 1563 he was admitted to the Accademia del Disegno.

In a number of Florentine churches, which Vasari was renovating on behalf of Cosimo I, several paintings by Stradano received a place on the altars. Between 1569 and 1572 he made a Crucifixion (for the Santissimi Annunziata), an Ascension (for Santa Croce), the Baptism of Jesus (for Santa Maria Novella) and the Expulsion of the Merchants from the Temple (for Santo Spirito).
Stradano presents himself as a very skilled colorist and a prominent representative of the Mannerism that had flourished in Florence in the Cinquecento. Entirely in the tradition of Vasari, Stradano (in the spirit o fhe Counter-Reformation) gives priority to the religious theme and turns it into a dynamic spectacle with floating and wriggling figures that are already slightly tormented and announce the Baroque (see fig.4).

Fig. 5 Caccia al Cinghiale (Stradano, Uffizi)

But Giovanni also remained a very skilled cartoonist of tapestries. In 1557 he had already been commissioned by Cosimo I to design a series of tapestries with mythological and biblical subjects for the Palazzo Vecchio. Between 1562 and 1565, he drew the cartons for the tapestries that were to brighten up the quarters of Duchess Eleonora. The following year, the Duke asked him to design 28 tapestries depicting Hunting Scenes destined for the Medici villa of Poggio a Caiano. Among the most famous is the scene with the Hunt for the Wild Boar (see fig.5).
All these tapestries were woven between 1566 and 1577 in the Italian arazzerie of Giovanni Sconditi and Benedetto Squilli. After the departure of Rost and Karcher, their workshops had become leading in Florence and Stradano had succeeded Agnolo Bronzino as official cardboard artist for the Arazzeria Medicea.                                          
In 1571 he was charged with the task of designing tapestries to decorate the rooms of the Medici in the Palazzo Vecchio, where he had already painted scenes from their lives, but with the death of Duke Cosimo and Vasari in 1574 the commissions came to an end.

Two years later, Stradano went to Naples at the request of the Viceroy Don Juan de Austria. When the latter was appointed governor of the Netherlands by his half-brother King Philip II of Spain in 1576 and left for Antwerp, Stradano (according to his biographer Raffaello Borgini) accompanied him. In 1578 he was still living in the city on the Scheldt. There he became acquainted with the local engraver families Galle, Wierix and Collaert, who made many engravings of his paintings, frescoes and drawings.  His prints (the total number is estimated at 560) show a wide variety, ranging from religious to profane and scientific subjects and are kept in the major museums of the world.

In 1581/83 Stradano was back in Florence where he was commissioned to paint the frescoes for the Pazzi family in the chapel of their Villa al Parugiano in Montemurlo. He also worked for Alessandro di Ottaviano de' Medici, the Archbishop of Florence (and later Pope Leo XI) in the chapel of the Palazzo della Gherardesca in the Borgo Pinti.
After his return to Florence, he was never again active in the Arazzeria Medicea, for which he had worked for more than 15 years. He had been succeeded as chief cartoonist by Alessandro Allori (Agnolo Bronzino's nephew).

During the last years of his life, Giovanni Stradano had become less of a performing artist and more of a conceptual designer. He was now mainly concerned with having his cardboard and painting converted into engravings. Copies of the very famous drawings with the Nova Reperta (the inventions and discoveries of the 16th century) and the series on the discovery of America (Americae Retectio) from 1590/91  can be seen in the Antwerp Museum Plantijn-Moretus (see art. about Vespucci).  On the title page of the Reperta is mentioned that Jan Collaert II, after the design of Stradano, made the engraving, which was published by Philippe Galle in 1591 and was dedicated to the Florentine humanist Luigi Alamanni (see fig.6).

Fig. 7 Buste Stradano (Cappella Santa Barbara)

Giovanni Stradano’s name can also be found in the list of members of the Confraternita di Santa Barbara and it is therefore quite logical that after his death he was buried in the chapel of the brotherhood in the church of the Annunziata.
On the column that stands between the Cappella di Santa Barbara and the Cappella del Sacramento is placed a bust of Stradano that was sculpted in 1606 after a drawing by his son Scipione. Giovanni was married in Florence between 1550 and 1555 to Lucrezia di Lorenzo Guardieri, who gave him a son Scipione and a daughter Lucrezia. Scipione became an artist like his father and Lucrezia entered the monastery of Sant'Agata. Around the bust and on the plaque it is stated that the painter Johannes Stradanus, from Bruges in Flanders, is buried here and that he died at the age of 82 on November 2nd 1605 (see fig.7). The text of the inscription shows that, although he already felt like a real Florentine, he was nevertheless proud of his Flemish origins. He also kept in touch with Flanders, more specifically with his sister Martha and her husband Johannes Merula, who were mentioned in his wills together with his own children and Gianbattista, the son of Jan Rost (the man that introduced him in Florence).
Stradano had become a wealthy man; after first living in a house on the corner of Borgo Pinti and Via della Colonna, he bought himself a residence in Via Salvestrina (now Via Capponi) and a country house in Careggi. He regularly made donations to monasteries and charitable foundations.
His real legacy, however, is his extensive pictorial work, which makes him, together with other Mannerists such as Vasari, Bronzino, Allori and Salviati, one of the great Florentine artists of the Cinquecento.

 

Literatuur:

Barcellona, M.             Stradano, Giovanni. In: Enciclopedia Dantesca (1970).
Baroni, A e.a.               Jan Van Der Straet detto Giovanni Stradano, flandrus pictor et inventor,
                                     Milaan & Rome, 1997. 
Casalini, E.                  Il pittore Giovanni Stradano SS.Annunziata di Firenze.
                                    In: La Santissima Annunziata, XXVI, nr.3 (2006).
Muccini, U.                 Palazzo Vecchio.   Firenze, 1989.
Sellink, M.                   Johannes Stradanus. Gevierd Brugs schilder in Florence.
                                    Ons Erfdeel, jg. 51, 2008.  TLC_16_Sellink_Stradanus.pdf
Van der Swan, G e.a.   Wisselend succes. De loopbanen van Nederlandse en Vlaamse kunstenaars  
                                     in Florence (1450-1600). Kunsthistorisch Jaarboek, 2013.
Van Laerhoven, J.        Een Vlaamse broederschap in Firenze.
                                     Vlaamse tapijtwevers in Firenze.
                                    Was de Florentijnse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci een bedrieger?