Vlaamse glasschilders en glazeniers in Firenze

Vlaamse glasschilders en glazeniers in Firenze.

Terwijl in Italië de kerken meestal met fresco’s gedecoreerd waren, was er in het noorden met de bouw van de grote gotische kathedralen een sterk ontwikkelde glasraamkunst ontstaan. Het maken van dergelijke vetrate vereiste een grote technische vaardigheid en er werd dan ook, net zoals bij de tapijtweefkunst, in Italië beroep gedaan op vaklui uit de Nederlanden.
Maar net zoals bij het maken van wandtapijten moet er ook bij het vervaardigen van de glasramen gewezen worden op het onderscheid tussen de ontwerper en de uitvoerder. Een glazenier uit Vlaanderen kon een karton van een Italiaanse schilder ten uitvoer brengen maar meestal konden zij zelf ook voor het ontwerp zorgen (1).

Niccoló di Pietro di Giovanni il tedesco was één van de eerste belangrijke glazeniers die in Firenze werkzaam was. Hij was de zoon van de beeldhouwer Pietro di Giovanni die, waarschijnlijk uit Brabant, in 1386 naar Firenze gekomen was en er op het einde van de 14de eeuw meegewerkt had aan de beelden van de gevel van de dom. Niccoló had voor diezelfde kerk 3 prachtige glasramen gemaakt (tussen 1410 en 1415) naar kartons van Lorenzo Ghiberti.
Op de binnenzijde van de façade schittert in de rozet een Maria Hemelvaart (zie fig.1). In de 1ste travee van de linker zijbeuk verschijnt een Santo Stefano met Engelen en in de 1ste travee van de rechter zijbeuk een San Lorenzo met Engelen.
Ook in de kerk van Orsanmichele was Niccolò betrokken bij de creatie van de 18 glasramen die Mirakels van Maria uitbeelden. Zeker van de hand van Niccolò di Pietro zijn de Verkondiging aan Joachim naar een tekening van Lorenzo Monaco en Maria die een onterecht veroordeelde dief van de galg redt naar een tekening van Giovanni del Biondo (zie fig.2).

Voor de Zaal der Elementen van het Palazzo Vecchio had de Vlaamse glasraamschilder Arrigo Fiammingo (Hendrik van den Broeck) in 1558  de vetrate met 3 Allegorieën gemaakt die echter verloren gegaan zijn. De iconografie was in handen van Adriaan de Witte, de broer van tapijtwever Pieter de Witte (Pietro Candido senior), die als een soort van cultureel raadgever en contactpersoon van hertog Cosimo I optrad.
Hendrik van den Broeck, geboren in Mechelen rond 1520 en gestorven in Rome in 1597, was ook bekend als Henricus Malinis, Arrigo Fiammingo, Arrigo dei Paesi Bassi en Henricus Paludanus. Zijn opleiding had hij in Antwerpen gekregen bij Frans Floris (de zoon van Cornelis de Vriendt I) en rond 1550 is hij naar Firenze getrokken waar hij, waarschijnlijk op voorspraak van Lodovico Guicciardini (die sedert 1541 in Antwerpen verbleef), geïntroduceerd werd in de artistieke kringen. Vasari vermeldt Arrigo in een brief aan zijn vriend de humanist Vincenzo Borghini als een bekwaam brandglasschilder (2).

In 1558 had Hendrik van den Broeck ook gezorgd voor het verloren gegane glaswerk in het koor en de sacristie van San Lorenzo en hij was eveneens verantwoordelijk voor de glasramen van de Biblioteca Laurenziana. De kartons werden zeer waarschijnlijk getekend door Giorgio Vasari of één van zijn medewerkers (Marco Faenza of Giovanni Stradano) en uitgevoerd door de glazeniers Gualtieri d’ Anversa en Arrigo  Fiammingo tussen 1558 en 1568. De beschilderde ramen laten redelijk veel licht door (het was tenslotte een leeszaal) en verspreiden een warm en diffuus licht. Men vindt hier geen grote taferelen of specifieke heldendaden van de Medici, maar enkel verwijzingen naar de opdrachtgevers zoals emblemen, wapenschilden en spreuken. Tussen de grotesken, de putti en de guirlandes verschijnen de palle (de ballen) van de Medici, de steenbok en het gulden vlies (verwijzend naar Cosimo I), de kronen en tiara’s (verwijzend naar de pausen), de 3 pluimen met de ring en de spreuk Semper (verwijzend naar Lorenzo il Magnifico) (zie fig.3)

Gualtieri d’Anversa was, zoals zijn naam het zegt, afkomstig van Antwerpen. Er is weinig over hem geweten, hij werd soms ook Gualtieri di Giovanni Battista Fiammingo genoemd. Hij was met zekerheid werkzaam in Firenze tussen 1555 en 1568 en is samen met Arrigo Fiammingo naar Italië gekomen. Bijzonder mooi is Venus die haar toilet maakt in de Biblioteca di Calliope van het Palazzo Vecchio. De tekening voor het glasraam werd gemaakt door  Giorgio Vasari en/of Marco da Faenza.
Onderwerp en uitvoering (prachtige heldere kleuren) gaan een grote stap verder dan de glasramen van Niccoló di Piero en het gebruik van de decoratieve motieven is typisch voor het maniërisme (zie fig.4). 
Gualtieri di Fiandra (zo werd hij ook genoemd) heeft in 1560 samen met de Genuees Paolo di Brondo in de Certosa van Galluzo (in de buurt van Firenze) o.a. gewerkt aan de glasramen over het Leven van de Heilige Benedictus (in de kleine kloostergang) in dezelfde maniëristische stijl.

Van Valerio Profondavalle (Valeer Diependale) uit Leuven wordt verondersteld dat hij in Firenze geweest is, maar daar is van zijn werk blijkbaar niets overgebleven. Zijn bekendste glasramen zijn te vinden in de dom van Milaan, waar hij in 1577 heeft samengewerkt met de Bolognees Pellegrino Tibaldi (die de kartons gemaakt heeft) en een andere vetraio, Rainaldo da Umbria di Fiandra die, zoals zijn naam doet vermoeden, ook Vlaamse roots had.

Net zoals in de andere kunsttakken is de inbreng van Vlaamse artiesten in Firenze (en de rest van Italië) van zeer groot belang geweest en stond de benaming Fiammingo steeds garant voor vakkennis en kunde.

 

1.      Er kunnen 3 fasen in het proces onderscheiden worden: van het ontwerp (tekening) wordt een karton gemaakt (met figuren en loodlijnen). De glazenier selecteert het glas, snijdt het, beschildert het en monteert het. Er kunnen dus 3 personen bij betrokken zijn of slechts 2 of zelfs maar 1 wanneer de glazenier ook de ontwerper is
2.      In 1580 wordt er een Arrigo Fiammingo vermeld in de ledenlijst van de Confraternità di Santa Barbara, maar het is niet zeker dat het over dezelfde persoon gaat.

JVL


Flemish glass painters and glaziers in Florence.

While in Italy the churches were usually decorated with frescoes, in the northern countries a highly developed stained-glass window art had emerged with the construction of the great Gothic cathedrals. Making such a vetrate required great technical skill and, as with the art of tapestry weaving, craftsmen from the Low Countries were called upon in Italy.
But just as with the making of tapestries, the distinction between the designer and the executor must also be pointed out in case of the stained-glass windows. A stained-glass artist from Flanders could produce a cardboard by an Italian painter, but mostly they could also take care of the design themselves (1).

Niccoló di Pietro di Giovanni il tedesco was one of the first important glaziers to work in Florence. He was the son of the sculptor Pietro di Giovanni who, probably from Brabant, had come to Florence in 1386 and had worked on the sculptures of the façade of the cathedral at the end of the 14th century. Niccoló had made 3 beautiful stained-glass windows for the same church (between 1410 and 1415) after cartons by Lorenzo Ghiberti. On the inside of the façade, a Assumption of the Virgin Mary shines in the rosette  (see fig.1). In the 1st bay of the left aisle a Santo Stefano with Angels appears  and in the 1st bay of the right aisle a San Lorenzo with Angels.
In the church of Orsanmichele, Niccolò was also involved in the creation of 18 stained-glass windows depicting Miracles of Mary . Certainly by Niccolò di Pietro are the Annunciation to Joachim after a drawing by Lorenzo Monaco and Mary saving an unjustly convicted thief from the gallows after a drawing by Giovanni del Biondo (see fig.2).

For the Hall of Elements of the Palazzo Vecchio, the Flemish stained-glass painter Arrigo Fiammingo (Hendrik van den Broeck)  had made the vetrate  in 1558 with 3 allegories, which have been lost. The iconography was in the hands of Adriaan de Witte, the brother of carpet weaver Pieter de Witte (Pietro Candido senior), who acted as Duke Cosimo’s cultural adviser and intermediate with the artists. Hendrik van den Broeck, born in Mechelen around 1520 and died in Rome in 1597, was also known as Henricus Malinis, Arrigo Fiammingo, Arrigo dei Paesi Bassi and Henricus Paludanus. He had received his training in Antwerp from Frans Floris (the son of Cornelis de Vriendt I) and around 1550 he went to Florence where, probably through the intervention of Lodovico Guicciardini (who had lived in Antwerp since 1541), he was introduced in artistic circles. Vasari mentions Arrigo in a letter to his friend the humanist Vincenzo Borghini as a skilled stained-glass painter (2).

In 1558, Hendrik van den Broeck was also the creator of the lost glass windows in the choir and sacristy of San Lorenzo and he was also responsible for the ones in the Biblioteca Laurenziana. The cartons were most likely drawn by Giorgio Vasari or one of his collaborators (Marco Faenza or Giovanni Stradano) and executed by the stained-glass artists Gualtieri d'Anversa and Arrigo Fiammingo between 1558 and 1568. The painted windows let in a reasonable amount of light (it was a reading room after all) and spread a warm and diffuse light. There are no major scenes or specific exploits of the Medici here, but only references to the patrons such as emblems, coats of arms and sayings. Between the grotesques, the putti and the garlands appear the palle (the balls) of the Medici, the ibex and the golden fleece (referring to Cosimo I), the crowns and tiaras (referring to the popes), the 3 plumes with the ring and the motto Semper (referring to Lorenzo il Magnifico) (see fig.3)

Gualtieri d'Anversa came, as his name suggests, from Antwerp. Little is known about him, he was sometimes called Gualtieri di Giovanni Battista Fiammingo. He was certainly active in Florence between 1555 and 1568 and came to Italy together with Arrigo Fiammingo. Particularly beautiful is Venus making her toilet in the Biblioteca di Calliope of the Palazzo Vecchio. The drawing for the stained-glass window was made by Giorgio Vasari and/or Marco da Faenza. Subject and execution (with beautiful bright colours) go a big step further than the stained-glass windows of Niccoló di Piero and the use of decorative motifs is typical of Mannerism (see fig.4). 
In 1560, Gualtieri di Fiandra (as he was also called) worked together with the Genoese Paolo di Brondo in the Certosa of Galluzo (near Florence) on the stained-glass windows with the Life of Saint Benedict (in the small cloister) in the same Mannerist style.

Valerio Profondavalle (Valeer Diependale) from Leuven is supposed to have been in Florence, but apparently nothing remains of his work there. His most famous stained-glass windows can be found in Milan Cathedral, where in 1577 he collaborated with the Bolognese Pellegrino Tibaldi (who made the cartons) and another vetraio, Rainaldo da Umbria di Fiandra who, as his name suggests, also had Flemish roots.

As in the other branches of art, the contribution of Flemish artists in Florence (and the rest of Italy) has been of great importance and the name Fiammingo has always guaranteed professional knowledge and expertise.

 

1.      3 phases in the process can be distinguished: the design (drawing) is made into a cardboard (with figures and perpendiculars). The glazier selects the glass, cuts it, paints it and assembles it. So there can be 3 people involved or only 2 or even just 1 if the glazier is also the designer
2.      In 1580 an Arrigo Fiammingo is mentioned in the list of members of the Confraternità di Santa Barbara, but it is not certain that it is the same person.

 

Literatuur:

Baglione, G.                        Le Vite dei pittore, scultori, architetti ed intagliatori.  Napels, 1733.
Duverger, J. e.a.                  Enkele nieuwe gegevens betreffende beeldhouwer W. van den Broecke alias
                                            Paludanus (1530-1580). In: Gentsche bijdragen tot de kunstgeschiedenis                                   
 (1942), pp. 173–204.
Muccini, U.                         Palazzo Vecchio.  Firenze, 1989.
Van der Sman, G e.a.      Wisselend succes. De loopbanen van Nederlandse en Vlaamse kunstenaars in
                                            Florence (1450-1600). Kunsthistorisch Jaarboek, 2013.
Van Laerhoven, J.               Firenze en de komst van de Vlaamse tapijtwevers.