Mona Lisa, Lisa dei Gherardini, Francesco del Giocondo en Giuliano de' Medici
Mona Lisa, Lisa dei Gherardini,Francesco del Giocondo en Giuliano de’ Medici
Volgens de meeste da Vinci-experten is de Mona Lisa (la Gioconda) van Leonardo nog steeds te vereenzelvigen met Lisa dei Gherardini, de vrouw van de Florentijnse zijdekoopman Francesco del Giocondo (zie fig.1).
Fig. 1 Mona Lisa (Louvre)
De Gherardini:
Lisa behoorde tot een aloude, nobele familie die al in het begin van de 12de eeuw naar Firenze gekomen was en zich daar ook met het bestuur van de stad had bezig gehouden. De Gherardini waren consuls geweest in de eerste dagen van de republiek en vanaf 1284 (met prior Lapo Gherardini) hadden zij tot in 1530 niet minder dan 98 keer gezeteld in het stadsbestuur (de Tre Maggiori).
Aangezien een deel van de Gherardini (de tak van Uggucione) de kant van de Witte Welfen gekozen had werden zij (samen o.a. met Dante Alighieri) in 1302 in ballingschap gestuurd (zie art. Zwarte en Witte Welfen). De tak van Cece Gherardini waar Lisa van afstamde behoorde tot de fractie van de Zwarte Welfen en was in Firenze gebleven, maar had daar een eerder bescheiden bestaan geleid. Van de vroegere bezittingen was niet veel meer overgebleven en toen Lisa op 15 juni 1479 geboren werd was dat in een gehuurd huis in de Via Sguazza (op de hoek met de Via Maggio op de Oltrarno). Zij was de oudste dochter van Antonmaria di Noldo (dei) Gherardini en diens 3de vrouw Lisa del Caccia en had nog 3 zussen (Ginevra, en 2 meisjes, Camilla en Alessandra, die in het klooster getreden waren) en 3 broers (Giovangualberto, Francesco en Noldo). In 1494 verhuisde het gezin naar een huis in de Via de’ Pepi, in de buurt waar toen ook notaris Piero da Vinci, de vader van Leonardo, woonde.
Op 5 maart 1495 trouwde de 15-jarige Lisa met de 30-jarige Francesco di Bartolommeo del Giocondo. Dat was blijkbaar gebeurd door tussenkomst van haar grootvader Mariotto Rucellai, die ook de vader van Caterina (de 2de vrouw van Antonmaria Gherardini) en van Camilla (de 1ste vrouw van Francesco del Giocondo) was. De Gherardini, de Rucellai en de del Giocondo behoorden tot dezelfde parentado (clan).
De Rucellai waren ook verwant met de Medici en Giulano de’ Medici, de jongste zoon van Lorenzo il Magnifico en Lisa Gherardini kenden elkaar van in hun jeugd. Zij waren allebei geboren in 1479 en misschien waren zij wel verliefd op elkaar geweest. Maar in 1494 (toen ze 14 jaar oud waren) werden de Medici uit Firenze verdreven en werd Lisa het volgende jaar uitgehuwelijkt aan del Giocondo. Dat Giuliano haar zou zwanger gemaakt hebben en dat grootvader Mariotto haar dan snel zou hebben doen trouwen met de oudere Francesco is wellicht het gefantaseerd verhaal van een romanschrijver (1).
De Giocondi:
Francesco del Giocondo zou volgens Vasari aan Leonardo gevraagd hebben om een portret van zijn vrouw te schilderen. Hij was lid van een welstellende koopmansfamilie en in 1489 al consul van het Arte della Seta (het zijdegilde) geworden. Hij beheerde ook verscheidene ateliers in de stad. Lisa kreeg een bescheiden bruidsschat mee van 170 florijnen en een boerderij in San Donato a Poggio. Het huwelijk was een perfecte match tussen een verarmde, maar aristocratische familie, en een vermogende familie uit de mercantiele burgerij.
Francesco was al getrouwd geweest met Camilla Rucellai (+1493) en daarna misschien met Tomassa Villani (+1494). Na hun huwelijk gingen Francesco, Lisa en Bartolommeo (Francesco’s zoontje uit zijn 1ste huwelijk) in het ouderlijk huis van de familie del Giocondo wonen in de Via della Stufa. Op 5 maart 1503 kwam Francesco in het bezit van een aanpalende woning waar het gezin, dat inmiddels was uitgebreid met Piero, Camilla, Marietta en Andrea, zijn intrek nam. In 1499 was er een dochtertje, Piera, in het kinderbed gestorven en in 1507 werd Lisa’s jongste kind Giocondo geboren.
Men neemt aan dat het portret dateert van omstreeks 1503. Agostino Vespucci getuigt dat in oktober van dat jaar Leonardo bezig was met een portret van Lisa del Giocondo waaruit men dan geconcludeerd heeft dat hij er in 1503 mee begonnen is. Maar hij kan er ook reeds voordien mee gestart zijn en Vasari schrijft dat hij al 4 jaar aan het schilderij gewerkt had en het dan onvoltooid liet.
Giuseppe Pallanti voert aan dat Francesco naar aanleiding van de koop van het huis en/of de geboorte in december 1502 van Andrea, aan Leonardo de opdracht gegeven had om een portret van Lisa te schilderen. Dat zou dan ook haar glimlach verklaren…maar daar is niet iedereen het over eens (zie art. De glimlach of de grimlach van Mona Lisa).
Carlo Pedretti en Silvano Vinceti koppelen de aanwezigheid van Lisa’ sluier aan het overlijden van dochter Piera (weliswaar 4 jaar eerder in 1499), maar het kan ook een gewoon kledingstuk geweest zijn in die tijd en niet noodzakelijk een rouwsluier.
Leonardo heeft het portret altijd bij zich gehouden en nooit aan Francesco afgeleverd, ook al omdat het niet voltooid was, en heeft hij er dus ook geen geld voor ontvangen, maar het waarom is nog altijd een raadsel. Francesco is pas in 1539 gestorven, hij was bemiddeld genoeg en een schilderij van meester Leonardo was een gegeerd bezit. Een mogelijke verklaring kan zijn dat Leonardo het portret steeds maar onvoltooid liet en er telkens aan verder werkte om het te perfectioneren en om er nieuwe technieken op toe te passen en dat Francesco de hoop opgegeven had om het ooit nog eens in handen te krijgen.
Men kan zich dan in de eerste plaats ook afvragen waarom Leonardo, die al een gerenommeerd kunstenaar was, de opdracht aangenomen heeft. Dat zou kunnen te maken hebben gehad met het feit dat de families da Vinci en del Giocondo met elkaar bevriend waren en dat Leonardo voor Lisa een boontje had…
Lisa, Francesco en Giuliano:
De opdrachtgever zou echter ook Giuliano de’ Medici, de jongste zoon van il Magnifico kunnen geweest zijn. Antonio de Beatis, de secretaris van kardinaal Luigi di Aragona, schrijft in oktober 1517 dat “Leonardo het portret van een zekere Florentijnse dame, die in vivo geschilderd was, gemaakt had op verzoek van wijlen Giuliano de’ Medici”. Als de dame in kwestie Lisa geweest is (de Beatis vermeldt haar naam niet en ook geen jaartal van uitvoering) moet er toch met opdrachtgever Giuliano rekening gehouden worden.
Wanneer die dan de opdracht zou gegeven hebben blijft in het ongewisse. In 1503 verbleef Giuliano nog in Urbino (vandaar dat sommige auteurs denken dat de geportretteerde Pacifica Brandano kan zijn) en in september 1512 is hij teruggekeerd naar Firenze uit ballingschap. Het is best mogelijk dat hij toen terug contact heeft opgenomen met Lisa (en Francesco?) en aan Leonardo gevraagd heeft om het portret verder af te werken en aan te passen (Giuliano en Lisa waren toen allebei 33 jaar oud). Die leeftijd komt perfect overeen met Lisa’s verschijning op het portret uit het Louvre.
Lisa moet een bijzonder mooie vrouw geweest zijn, want zij heeft, ook nog toen ze 36 jaar oud was en moeder van 6 kinderen, naar het schijnt de avances van Filippo Strozzi en de jonge Lorenzo de’ Medici (de kleinzoon van il Magnifico) moeten afwijzen. Terwijl men zou verwachten dat een boze Francesco de eer van zijn vrouw zou gaan verdedigen ging hij zich in een gesprek met Strozzi bijna verontschuldigen voor Lisa’s afwijzende houding. Hij hoopte dat het incident de relaties met de Medici niet verstoord had en toen Strozzi hem dat verzekerd had was de zaak voor hem afgerond (2).
Afgaande op het vorige zou het niet verwonderlijk zijn dat Francesco er dus ook geen probleem mee gehad heeft dat Giuliano een portret van zijn mooie Lisa liet maken. Dat moet ook niet noodzakelijk betekenen dat Lisa en Giuliano een affaire hadden, maar dat zou wel het een en ander verklaren. Toen Giuliano dan in februari 1515 trouwde met Filiberta van Savoy was het paneel nog steeds in handen van Leonardo die het daarna meenam naar Frankrijk.
Francesco had dus duidelijk ambities om een politieke carrière uit te bouwen. In 1434 had Paolo di Jacopo del Giocondo reeds deel uit gemaakt van het stadsbestuur toen hij verkozen was tot één van de 16 gonfalonieri di compagnia. Wanneer Francesco in 1501 lid werd van de 12 buonomini was hij in de Tre Maggiori al vooraf gegaan door meer dan 20 leden van zijn familie. Als aanhanger van de Medici stond hij tijdens het bewind van Piero Soderini (1502-12) aan de zijlijn. In augustus 1512 werd hij zelfs gearresteerd en moest hij een enorme boete van 1.000 florijnen betalen, maar bij de terugkeer van de Medici in september werd hij meteen op vrije voeten gesteld en in maart en april van het volgende jaar maakte hij als prior deel uit van de signoria.
Van Francesco werd gezegd dat hij zich niet alleen als textielhandelaar, maar ook als slavenhandelaar rijk gemaakt had: net zoals zijn vader en andere Florentijnen had hij geregeld slavinnen gekocht uit Noord-Afrika. Aangezien die slavinnen niet allemaal voor “eigen gebruik” waren, verkocht hij er af en toe een paar door, nadat hij ze weliswaar had laten dopen en christelijke namen gegeven had (zie art. Slavernij in Firenze). Maar slaven houden was niet hetzelfde als ze verhandelen.
Toen de Medici-broers in 1512 terugkeerden naar Firenze was Lisa nog steeds getrouwd met Francesco die haar in zijn testament zijn diletta e amata sposa (zijn teerbeminde echtgenote) noemde. Of dat nu gemeend was of niet kan in het midden gelaten worden, maar Leonardo heeft haar in ieder geval gepenseeld als een deugdzame vrouw (de gekruiste handen, rechts over links en de doorzichtige sluier zouden daar naar verwijzen).
Francesco is in 1539 gestorven aan de pest en samen met 2 van zijn zonen begraven in het familiegraf in de basiliek van Santissima Annunziata. Lisa heeft haar man slechts 3 jaar overleefd en is na haar dood op 15 juli 1542 bijgezet in het franciscanessen klooster van Sant’Orsola, waar haar dochter Marietta (zuster Ludovica) sedert 1521 was ingetreden. Haar andere dochter Camilla (zuster Beatrice) was eveneens religieuze geworden en al in 1522 overleden (3). Toen op het einde van vorige eeuw het klooster van Sant’Orsola moest plaats maken voor een parkeergarage werden in de ruïnes van het gebouw volgens Silvano Vinceti de graven van Lisa en Marietta bloot gelegd (4).
Indien Lisa dei Gherardini inderdaad de Mona Lisa van Leonardo was, zal zij, toen zij in 1542 de ogen sloot nooit kunnen denken hebben dat zij één van de beroemdste vrouwen uit de geschiedenis ging worden.
(1) Dat staat te lezen in Piero La Mura’s La Vita pirivata di Mona Lisa.
(2) Martin Kemp en Rob Hatfield menen dat te kunnen afleiden uit de brief van Filippo Strozzi aan Lorenzo de’ Medici van 14 januari 1516.
(3) Haar dochter Camilla mag niet verward worden met Lisa’s zus Camilla die samen met 3 andere novices in 1512 een orgie georganiseerd had in het klooster van
San Domenico del Maglio. De nonnen werden vrijgesproken en de jonge kerels die over de muur geklommen waren werden veroordeeld.
(4) Indien het inderdaad de resten van Lisa dei Gherardini zouden zijn, wat helemaal niet zeker is, is daarmee is echter nog niet bewezen dat zij de Mona Lisa is.
JVL
Mona Lisa, Lisa dei Gherardini, Francesco del Giocondo en Giuliano de’ Medici
According to most da Vinci experts Leonardo’s Mona Lisa (la Gioconda) can be identified with Lisa dei Gherardini, the wife of the Florentine silk merchant Francesco del Giocondo (see fig.1).
The Gherardini:
Lisa belonged to an ancient, noble family that had settled down in Florence in the beginnings of the 12th century and that had been involved since then in the government of the city. The Gherardini had been consuls in the early days of the republic and from 1284 (with prior Lapo Gherardini) they were part of the city council (the Tre Maggiori) no less than 98 times until 1530.
Since part of the Gherardini (the branch of Uggucione) had sided with the White Guelphs, they were sent into exile (together with Dante Alighieri) in 1302 (see art. Black and White Guelphs) The branch of Cece Gherardini from which Lisa descended belonged to the faction of the Black Guelphs and had remained in Florence, where they had known a rather modest existence. Most of their former possessions were confiscated and when Lisa was born on June 15, 1479, it was in a rented house in Via Sguazza (on the corner with Via Maggio on the Oltrarno).
She was the eldest daughter of Antonmaria di Noldo (dei) Gherardini and his 3rd wife Lisa del Caccia. Lisa had 3 sisters (Ginevra and 2 girls who had entered a monastery Camilla and Alessandra) and 3 brothers (Giovangualberto, Francesco and Noldo). In 1494 the family moved to a house in Via de' Pepi, where they became neighbors of Piero da Vinci, Leonardo’s father.
On March 5, 1495, 15-year-old Lisa married 30-year-old Francesco di Bartolommeo del Giocondo. This was apparently instigated by her grandfather Mariotto Rucellai, who was also the father of Caterina (the 2nd wife of Antonmaria Gherardini) and of Camilla (the 1st wife of Francesco del Giocondo). The Gherardini, the Rucellai and the del Giocondo belonged to the same parentado (clan).
The Rucellai were also related to the Medici and Giulano de' Medici, the youngest son of Lorenzo il Magnifico and Lisa Gherardini knew each other from their youth. They were both born in 1479 and perhaps in love with each other. But in 1494 (when they were 14 years old) the Medici were expelled from Florence and Lisa was married off to Francesco the following year. That Giuliano would have made her pregnant and that grandfather Mariotto would have made her marry the older Francesco is probably the fantasized story of a novelist*.
The Giocondi:
According to Vasari, Francesco del Giocondo, asked Leonardo to paint a portrait of his wife. He was a member of a fairly rich merchant family and in 1489 he was elected consul of the Arte della Seta (the silk guild) and managed several workshops in the city. Lisa received a modest dowry of 170 florins and a farm in San Donato a Poggio. The marriage was a perfect match between an impoverished but aristocratic family, and a wealthy family from the mercantile bourgeoisie.
Francesco had already been married to Camilla Rucellai (+1493) and then perhaps to Tomassa Villani (+1494). After their marriage Francesco, Lisa and Bartolommeo (Francesco's son from his 1st marriage) went to live in the parental home of the family del Giocondo in the Via della Stufa. On March 5, 1503, Francesco came into possession of an adjacent house where he took up residence with his family, meanwhile expanded with Piero, Camilla, Marietta and Andrea. In 1499 a daughter, Piera, had died in the cot and in 1507 Lisa's youngest child Giocondo was born.
It is assumed that Mona Lisa’s portrait dates from around 1503. Agostino Vespucci testifies that in October of that year Leonardo was working on a portrait of Lisa del Giocondo from which it was concluded that it was started in 1503. But he may also have it begun earlier. Vasari writes that Leonardo had painted on the panel for 4 years and then left it unfinished.
Giuseppe Pallanti claims that following the purchase of the house and/or the birth of Andrea in December 1502, Francesco commissioned Leonardo to paint a portrait of his beloved Lisa. That would explain her smile... but not everyone agrees on that (see art. Mona Lisa’s smile).
Why Leonardo never delivered the uncompleted portrait to Francesco, and was never paid for it remains a question: Francesco died in 1539, he was a wealthy man and a painting by master Leonardo was a prized possession. One of the explanations can be that Leonardo continued working in it, always trying new techniques, and that Francesco gave up all hope to receive it one day.
Why Leonardo, who was already a renowned artist in 1503, accepted the commission to paint the portrait of the wife of a silk merchant also remains a question. Perhaps this had to do with the fact that the da Vinci and the del Giocondo were befriended and/or that Leonardo had a soft spot for Lisa…
Lisa, Francesco and Giuliano:
However the commissioner could also have been Giuliano de’ Medici, the youngest son of Lorenzo il Magnifico. In October 1517, Antonio de Beatis the secretary of Cardinal Luigi di Aragona, writes that “Leonardo had made the portrait of a certain Florentine lady , painted in naturale, at the request of the late Giuliano de’ Medici” . If that lady was indeed Lisa (de Beatis does not mention her name nor the year of the commission) Giuliano’s request must be taken seriously. When he gave the order is unknown. In 1503 he was still in Urbino (that is why some authors pretend that the sitter in the portrait is Pacifica Brandano) and he returned only in September 1512 in Florence. It is quite possible that he then renewed his contacts with Lisa (and Francesco?) and that he asked Leonardo to finish or adjust the portrait. Giuliano and Lisa were both 33 now and that can perfectly be the age of the lady in the portrait.
Lisa must have been a very beautiful woman, when she was 36 years old and mother of 6 children, she apparently had to reject the advances of Filippo Strozzi and young Lorenzo de' Medici (the grandson of il Magnifico). While one would expect an angry Francesco to defend his wife's honor, he almost apologized to Strozzi for Lisa’s dismissive attitude. He hoped that the incident had not disrupted relations with the Medici and when Strozzi assured him that, the case was closed (2).
Judging by the above it would not be suprising that del Giocondo had no problem with Giuliano’s commission to paint a portrait of his beautiful Lisa. It does not necessarily means that Giuliano and Lisa had an affair, but it would explain a few things. When Giuliano married Philiberta of Savoy in February 1515 the portrait was still in the studio of Leonardo who took it with him to France.
Francesco was a man with ambitions for a political carrier. As early as 1434 Paolo di Jacopo del Giocondo had been part of the city council when he was elected one of the 16 gonfalonieri di compagnia. When Francesco joined the 12 buonomini in 1501 he had already been preceded in the Tre Maggiori by more than 20 members of his family. As a supporter of the Medici, he stood on the sidelines during the reign of Piero Soderini (1502-12). In August 1512 he was arrested, but on the return of the Medici in September he was immediately released and in March and April of the following year he was elected prior of the signoria.
Francesco was said to have made himself rich not only as a textile merchant, but also as a slave trader: like his father and other Florentines, he had regularly bought female slaves from North Africa. Since these slaves were not all for "personal use", he occasionally sold a few, after they were baptized and given Christian names (see art. Slavery in Florence). But keeping slaves was not the same as trading them.
When the Medici brothers returned to Florence in 1512 Lisa was still married to Francesco who called her in his will (1537) his diletta e amata sposa (his dearly beloved wife). Whether that was meant of not can be left aside but Leonardo had painted her as a virtuous woman (the crossed hands, right over left, and the transparent vail would refer to that).
Del Giocondo died of the plague in 1539 and was buried together with 2 of his sons in the family grave in the Basilica of Santissima Annunziata. Lisa survived her husband for only 3 years and after her death on July 15, 1542, she was buried in the Franciscan monastery of Sant' Orsola, where her daughter Marietta (sister Ludovica) had entered since 1521. Her other daughter Camilla (Sister Beatrice) had also become a nun and died in 1522 (3). When at the end of the 20th century the monastery of Sant' Orsola had to make way for a parking garage, the tombs of Lisa and Marietta were discovered in the ruins of the building (4).
When Lisa dei Gherardini del Giocondo closed her eyes permanently in 1542, she would never have thought that she was going to become one of the most famous women in history.
(1) This can be read in Piero la Mura’s La Vita private di Mona Lisa.
(2) Martin Kemp and Rob Hatfield believe that they may conclude that from Filippo Strozzi’s letter to Lorenzo de’ Medici of January 14th 1516.
(3) Her daughter Camilla should not be confused with Lisa’s sister who, together with 3 other novices had organized an orgy in 1512 in the convent of San
Domenico del Maglio. The nuns were acquitted and the young men who had climbed over the wall were convicted.
(4) However that does not prove that Lisa Gherardini was the Mona Lisa.
Literatuur:
Fletcher, C. The Beauty and the Terror, e-book, 2020.
Hales, D. Mona Lisa. A Life discovered. New York, 2014.
Isaacson, W. Leonardo da Vinci. De biografie. Houten, 2017.
Kalogridis, J. The secret book of Mona Lisa. 2006.
Kemp, M. Mona Lisa; the People and the Painting. Oxford, 2017.
La Mura, P. La vita privata di Mona Lisa. Milaan, 1978*
Mottin, B. Mona Lisa. Inside the painting. New York, 2006.
Pallanti, G. Mona Lisa revealed. Milaan, 2006.
Rogers-Mariotti, J. Monna Lisa. La Gioconda del Magnifico Giuliano 2009
Santi, B. Leonardo da Vinci. Firenze, 1975.
Van Laerhoven, J. Leonardo & Michelangelo. Kermt, 2017.
zie art. Bronnen die “bewijzen” dat Lisa del Giocondo Leonardo’s
Mona Lisa was.
zie art. De glimlach of de grimlach van Mona Lisa
zie art. De Mona Lisa’s van Isleworth en het Louvre.
zie art. Slavernij in Firenze
zie art. Wie is de Mona Lisa?
zie art. Zwarte en Witte Welfen
Zapperi, R. Abschied von der Mona Lisa. München, 2000.
Zoellner, F. Leonardo da Vinci. Keulen, 2006.