De Mona Lisa's van Isleworth en het Louvre

De Mona Lisa’s van Isleworth en het Louvre

Toen de Zwitserse Mona Lisa Foundation in 2012 aankondigde dat de Mona Lisa van het Louvre niet meer het enige originele exemplaar was van het beroemde schilderij van Leonardo da Vinci was er in de kunstwereld de nodige beroering ontstaan. Dat er vele kopieën bestonden was geen nieuws, maar dat deze Mona Lisa van Isleworth ook als een origineel mocht beschouwd worden was dat wel.

In 1913 had Hugh Blaker, de curator van het Holburne Museum in Bath, in een woning van een aristocratische familie in Somerset een Mona Lisa ontdekt waarvan hij overtuigd was dat het een authentiek werk van Leonardo was. Het schilderij was op het einde van de 18de eeuw in Engeland beland.

fig. 1 de Mona Lisa van Isleworth (Mona Lisa Foundation, Zürich) en Mona Lisa (Louvre)

Nadat hij het werk gekocht had bracht hij het voor verder onderzoek naar zijn studio in Isleworth (Londen) (zie fig.1). In 1922 verkondigde historicus John Eyre dat de Isleworth Mona Lisa mocht beschouwd worden als een vroegere versie van de Mona Lisa uit het Louvre.
Wanneer kunstkenner Henry Pulitzer het portret in zijn bezit kreeg in 1962 liet hij het bewaren in de kluis van een Zwitserse bank en uiteindelijk kwam het in 2008 in handen van de Mona Lisa Foundation. Die stichting was in 2012 een heuse campagne begonnen om de authenticiteit van het werk te onderbouwen.

Maar aangezien er geen bewijsvoering op basis van documenten kon voorgelegd worden, waren de meeste Leonardo-kenners niet overtuigd. Bovendien was het werk op doek geschilderd en beantwoordde het niet aan de sfumato-techniek van Leonardo. Maar blijkbaar had Leonardo al wel met canvas gewerkt en vonden sommige critici (zoals Salvatore Lorusso en Andrea Natali) dat de typische stijl van de meester wel aanwezig was.

In 1550 had Giorgio Vasari in zijn Vite een beschrijving gegeven van de Mona Lisa, waarvan werd aangenomen dat hij het over het portret uit het Louvre had, maar daar is men niet meer zo zeker van. Hij heeft het o.a. over de fijn afgelijnde wenkbrauwen en de wimpers van Mona Lisa die op het portret uit het Louvre praktisch verdwenen zijn. Dat zou volgens sommigen een gevolg zijn van de vele (slechte) restauraties in de loop der tijden, maar dat is erg zwak als argument.
Vasari had ook vermeld dat het portret onafgewerkt gebleven was, maar ook de Mona Lisa van Isleworth was onvoltooid want de achtergrond is later ingevuld.  Dat kan gebeurd zijn door Leonardo zelf of door zijn leerlingen. Het uitzicht van het landschap sluit eerder aan bij het landschap van de Madonna met Kind en Sint Anna waarvan Agostino Vespucci (zie art. Bronnen die bewijzen dat Lisa del Giocondo Leonardo’s Mona Lisa is) zegt dat de meester er in 1503 ook nog aan het werken was.
Het is dus zeer goed mogelijk dat Vasari ons een beschrijving nagelaten heeft van een ander exemplaar van de Mona Lisa en dat zou dan eventueel de Mona Lisa van Isleworth kunnen geweest zijn.

fig.2 reconstructie van de onderliggende Mona Lisa

De Mona Lisa uit Isleworth verschijnt als een jong meisje van vooraan in de 20 terwijl de Mona Lisa uit het Louvre een dame van halverwege de 30 is. Dat zou er op kunnen wijzen dat eerstgenoemde een jonge versie uit 1503 is (Lisa was toen 23 jaar oud) en dat de Parijse versie ook dateert uit 1503, maar een aantal jaren later “aangepast” werd. In dit verband heeft Pascale Cotte, een wetenschappelijk medewerker van het Louvre, uit zijn scanning met hoogtechnologische foto’s van de Mona Lisa, in 2015 geconcludeerd dat de onderliggende figuur die hij ontdekt had ook een “eerste Mona Lisa” geweest is (zie fig.2). Deze afbeelding blijft echter een artificiële reconstructie en is dus fictie.

Cotte’s bevindingen worden echter sceptisch bekeken omdat het herschilderen en aanpassen van een werk niet abnormaal was en dat dit dus niet noodzakelijk betekende dat de onderliggende figuur de vroegere versie uit 1503 moest zijn. Leonardo kan ook het Louvre-portret dat hij volgens sommigen pas later begonnen was ca. 1513 geregeld bijgewerkt hebben tot in 1517.

fig 3 De Dame op het balkon (tekening van Rafael (Louvre)

Dat de Mona Lisa van Isleworth alleszins een vroegere versie is en waarschijnlijk dateert van ca. 1503 wordt volgens John Eyre, Salvatore Lorusso en Andrea Natali bevestigd door een tekening van Rafael.

Wanneer die in 1504 Leonardo een bezoek bracht in zijn atelier in Firenze heeft hij een schets gemaakt van de Mona Lisa (zie fig.3) die als de  “Dame op het balkon” bekend staat.

Aangezien de gelijkenis met een jonge Mona Lisa overduidelijk is en haar sluier en de zuilen van het balkon zichtbaar zijn (die ook op de versie van Isleworth te zien zijn), mag men er dan (volgens genoemde auteurs) van uitgaan dat het portret van Isleworth de vroege versie is uit 1503 die Rafael gezien heeft in de studio van Leonardo. Beide versies van Mona Lisa kunnen evenwel in 1504 naast elkaar in de studio  gestaan hebben.

Het feit dat er van de zuilen (waarover Vasari niets zegt) op het portret uit het Louvre alleen maar minuscule resten te zien zijn kan betekenen dat de Mona Lisa’s van Isleworth en het Louvre 2 verschillende schilderijen van Leonardo zijn.
De 16de-eeuwse Florentijnse kunstschilder Gian Paolo Lomazzo had het in zijn Trattato dell’arte della pittura reeds over 2 aparte schilderijen die hij Gioconda  én Mona Lisa noemde (zie art. Welke bronnen “bewijzen” dat Lisa del Giocondo Leonardo’s Mona Lisa was?).

Besluit:

Er zouden dus minstens 2 originele versies van de Mona Lisa bestaan:

1)  de Mona Lisa van Isleworth is een originele versie uit 1503, later voltooid met de achtergrond
2)  de Mona Lisa uit het Louvre is een originele versie uit 1503 die aangepast werd
tussen 1513 en 1517.
3)  de Mona Lisa uit het Louvre is een origineel werk dat geschilderd is rond 1513 en waaraan
gewijzigd is tot in 1517.

De vraag hoe de portretten juist tot stand gekomen zijn is nog niet volledig opgelost, maar dat er minstens 2 originele versies van de Mona Lisa bestaan is verdedigbaar. Welke dame er achter de Mona Lisa nu eigenlijk schuil gaat is het onderwerp van andere artikels.

JVL

 

 The Mona Lisa’s from Isleworth and the Louvre

When the Swiss Mona Lisa Foundation announced in 2012 that the Mona Lisa of the Louvre was no longer the only original version of Leonardo’s famous portrait, the art world was in turmoil. That there were many copies of the painting was not news, but that the Mona Lisa of Isleworth could also be considered an original, certainly was.

In 1913, Hugh Blaker, the curator of the Holburne Museum in Bath, had discovered a Mona Lisa in the home of an aristocratic family in Somerset. He was convinced that is was an authentic work by Leonardo. The painting had ended up in England at the end of the 18th century.
He bought the work and brought it to his studio in Isleworth (London) for further research  (see fig.1).  In 1922, historian John Eyre proclaimed that the Isleworth Mona Lisa could be considered an earlier version of the Mona Lisa from the Louvre.
When art connoisseur Henry Pulitzer got hold of the portrait in 1962, he had it kept in the vault of a Swiss bank and eventually it came into the hands of the Mona Lisa Foundation in 2008.That foundation had started a real campaign in 2012 to substantiate the authenticity of the work.

But since no documentary evidence could be presented, most Leonardo experts were not convinced. Moreover the work was painted on canvas and did not correspond to Leonardo’s sfumato technique. But apparently Leonardo had already painted on canvas and some critics (such as Salvatore Lorusso and Andrea Natali) claimed that the typical style of the master was indeed present.

In 1550 Giorgio Vasari wrote a description of the Mona Lisa in his Vite which was assumed to be the portrait from the Louvre, but that is no longer a certainty. He speaks about her finely defined eyebrows and eyelashes that have practically disappeared in the Louvre portrait. According to some authors this would be a result of the many (bad) restorations in the course of time, but that is a very poor argument.

Vasari reports that the portrait remained incomplete, but that was also the case with the Mona Lisa of Isleworth as the background was finished later. This may have been done by Leonardo himself or by his pupils. The landscape looks a lot like the landscape of the Madonna and Child and Saint Anne, a painting according to Agostino Vespucci the master was working on around 1503.
So it is very likely that Vasari left us a description of another Mona Lisa which could then have been the one from Isleworth.

The Mona Lisa from Isleworth is a young girl in her early 20s while the Mona Lisa from the Louvre is a lady in her mid 30s. This could indicate that the Isleworth Lisa is an early version (Lisa was 23 years old) and that the Parisian version was “adapted” a few years later
In this context, Pascale Cotte, a scientific collaborator at the Louvre, discovered in 2015 from a scan of the Mona Lisa with high-tech photographs, an underlying figure that could be a younger "first Mona Lisa”. However, the image is nothing more than an artificial reconstruction and therefore remains fiction (see fig2).

Cotte’s findings were received with a lot of skepticism because repainting and adjusting a work was not abnormal in Renaissance. So this did not necessarily mean that the underlying figure was the earlier version from 1503. Leonardo may also have regularly modified the Louvre portrait that he then could have started later (around or after 1513?).

The claim that the Mona Lisa of Isleworth is an earlier version dating from ca. 1503, is according to John Eyre, Salvatore Lorusso and Andrea Natali, confirmed in a drawing by Raphael.
When he visited Leonardo in his studio in Florence in 1504 he made a sketch of the Mona Lisa, known as the “Lady on the balcony” (see fig.3).

Since the resemblance to the young Lisa is obvious and her veil and the columns of the balcony are clearly visible (as they are on the Isleworth version) one can assume that (according to these authors)  the portrait of Isleworth is the early version from 1503 that Raphael saw in Leonardo’s studio. However it is not unthinkable that both versions of Mona Lisa may have stood side by side in the studio in 1504.
The fact that only minuscule fragments of the columns (not mentioned by Vasari) can be seen in the portrait from the Louvre may indicate that the 2 Mona Lisa’s are 2 different paintings.

The 16th-century Florentine painter Gian Paolo Lomazzo already mentioned in his Trattato dell’ arte della pittura 2 separate Leonardo paintings that he named Gioconda and Mona Lisa (see art. Sources that provide “proof” that Lisa der Giocondo was Leonardo’s Mona Lisa).

Conclusion:
There would be at least 2 original versions of the Mona Lisa.

1) the Mona Lisa of Isleworth is an original version from 1503 later completed with a background.
2) the Mona Lisa from the Louvre is an original version from 1503 that was adapted between 1513
     and 1517.
3) the Mona Lisa from the Louvre is an original work that was painted around 1513 and modified until
     1517.

Literatuur:

Bailey, M Earliest copy of Mona Lisa found in Prado, in: The Art Newspaper, febr.2012.
Hale, J.R. The Travel Journal of Antonio de Beatis. Londen,1979.
Lamazzo, G. Trattato dell’arte della pittura…. Milaan 1585, p.434.
Mottin, B. Mona Lisa. Inside the Painting. New York, 2006.
Pallanti, G. Mona Lisa Revealed: the True Identity of Leonardo’s Model. Milaan, 2006.
Payne, R. Leonardo.Londen, 1979.
Probst, V. Zur Entstehungsgeschichte der Mona Lisa. Heidelberg, 2008.
Van Laerhoven, J Leonardo & Michelangelo a Firenze.Kermt, 2017.
zie art. Bronnen die bewijzen dat Lisa del Giocondo Leonardo’s Mona Lisa is.
Vasari, G. The Lives of the Artists. Aylesbury, 1991.
Vogt-Luerssen, M. Isabella von Aragon und Ihr Hofmahler Leonardo da Vinci. Norderstedt, 2010.
Zapperi, R. Abschied von der Mona Lisa.München, 2010.
Zoellner, F. Leonardo da Vinci, Keulen, 2000.